Zaterdag 22 november 1997. Ondanks de gure weersomstandigheden is het dringen geblazen bij de ingang van sportpark De Toekomst. De klassieker tussen de A-junioren van Ajax en Feyenoord staat op het punt van beginnen. Als nummer twee kunnen de Rotterdammers nog enigszins in de buurt blijven van de dit seizoen ontketende Ajacieden.

Mitchell Piqué in actie voor de A1 van Ajax in ’97-’98. FOTO: Ron Richel.

Inmiddels is algemeen bekend dat er in de A1 een aantal buitengewoon getalenteerde voetballers rondloopt. Onder de 2500 toeschouwers bevindt zich dan ook een leger aan scouts en zaakwaarnemers. Met de kraag omhoog – om maar niet opgemerkt te worden – zoekt een groepje ‘grote meneren’ uit de havenstad een plekje op de overvolle tribune. Voorzitter Jorien van den Herik, hoofdtrainer Leo Beenhakker en hoofd opleidingen Chris Dekker willen zich er persoonlijk van vergewissen hoe hun jeugd zich vandaag tegen Ajax staande houdt.

Ajax-leider Cas Harms rekent zich ondanks de zeer voorspoedige ontwikkelingen van het team nog niet rijk: ‘Onze A1 is al jaren op rij landskampioen, maar tegen Feyenoord hebben we geregeld een steek laten vallen.’ Zijn vrees blijkt ongegrond. Feyenoord, met Thomas Buffel, René van Dieren en Orlando Engelaar in de gelederen, wordt vanaf de eerste seconde overlopen. De verdediging staat machteloos tegenover de Amsterdamse aanvalsgolven. Al na één minuut kan Beenhakker zijn bekende gezucht en gesteun laten horen als Ajax via een snelle combinatie op 1-0 komt. Er is geen houden aan. Na zes minuten staat het zelfs al 3-0. Van den Herik kijkt strak voor zich uit, het gezicht op onweer. ‘We fokten elkaar zó op,’ weet Mitchell Piqué. ‘Zodra de bal in het doel lag riepen we tegen elkaar: Meer! Meer! En niet uit arrogantie, hoor. We wilden gewoon dik winnen.’ Tjon-En-Fa: ‘Bij de zoveelste treffer stonden we voor de dug-out van Feyenoord te dansen om ze een beetje te jennen. Borman was een rustige trainer, maar toen trad hij wel even op. Daar hield hij niet van.’ Na zestien minuten spelen is de stand 6-0! Beenhakker en Van den Herik verlaten de tribune om naar een wedstrijd op veld 5 te kijken. Ze kunnen de ‘gallery play’ met al die doelpunten van hun aartsrivalen niet meer aanzien.

Bij het rustsignaal ontvangen de jonge Ajacieden een staande ovatie van het publiek. 7-1 staat het! Vol verbazing kijken de Ajaxfans elkaar aan. Een dergelijke galavoorstelling is nooit eerder vertoond. Na de thee tonen de Borman Babes wat meer compassie met de Rotterdammers. Mede omdat Hosé geblesseerd uitvalt, blijft de teller op 11-3 steken. Zodra het laatste fluitsignaal klinkt, is iedereen lyrisch. Aanwezige journalisten hebben het over het supertrio Hosé, Douglas en Van der Meijde, samen goed voor zeven van de elf doelpunten. Harms is ook vol lof over Van der Meijde. ‘Andy deed voor het eerst weer mee, nadat hij enkele weken bij het eerste zat. Het was knap hoe hij de draad bij ons weer oppakte en ook nog eens twee keer scoorde.’ Maar ook op de rest van het team is Harms trots: ‘Ajax heeft eindelijk weer eens een bijzonder A1-elftal, dat heel goed voetbalt. De laatste keer was dat met de lichting van de broers De Boer, Richard Witschge, Roy, Vink en Hesp, al weer tien jaar geleden.’

* Dit is een passage uit het onlangs voor ‘Voetbalboek van het Jaar’ genomineerde boek  ‘De Golden Boys, het verloren team van Ajax’. De afgelopen weken werden, en de komende weken zullen enkele daarvan op ExProfs.nl worden getoond. Het boek is overigens overal te bestellen, zowel online als bij de lokale boekhandel. Freek de Jonge zei over het boek: ‘Een beerput gaat open.’ En dat is ook zo. Waarom mislukte deze hele generatie? De schrijvers gaven een onthutsend inkijkje in wat er toen bij Ajax achter de schermen gebeurde… Meer informatie op onze HOMEPAGE.