DEEL 2 INTERVIEW MET MARK DE VRIES

Door Quinten Lindenbergh

Na twee en een half jaar Bij The Hearts te hebben gespeeld nam Craig Levein jou mee naar Leicester City. Hoe kijk je terug op je tijd in Engeland?

‘Het eerste seizoen was even wennen, maar ik speelde alles en pikte mijn doelpuntjes mee. Aan het begin van het tweede seizoen werd Levein ontslagen, omdat hij niet luisterde naar het bestuur. Dat vond ik een raar moment om afscheid te nemen van de trainer, omdat we het goed deden in de competitie en twee weken daarvoor schakelden we zelfs het Tottenham Hotspur van Martin Jol uit in de FA Cup. De nieuwe trainer nam z’n eigen spelers mee en ik zag de bui al hangen. Mijn voorspelling klopte; op zaterdag stond ik in de basis en die zondagochtend belde de nieuwe trainer me op om te vertellen dat ik niet meer in zijn plannen voorkwam. Ik had nog wel een tweejarig contract, dus ik koos ervoor uitgeleend te worden aan SC Heerenveen waar de spitspositie net vrijgekomen was, omdat Huntelaar naar Ajax ging en Samaras naar Manchcester City was vertrokken. Ik had er ook voor kunnen kiezen om bij Leicester te blijven en te wachten op mijn kans als eventuele pinch hitter, maar ik had op dat moment een beter gevoel bij SC Heerenveen.

Ik ben daar me hele carrière heel makkelijk in geweest. Als ik niet uit de verf kwam bij een bepaalde club, ging ik niet eindeloos discussiëren met de trainer of wie dan ook. Ik koos dan gewoon eieren voor mijn geld en vertrok of liet me verhuren. Ik ben door The Foxes dan ook na SC Heerenveen nog uitgeleend aan ADO Den Haag en Leeds United. Ondanks de uitleningen had ik aan het eind van m’n contract bij Leicester de optie om te blijven, maar ik wilde gewoon spelen en vertrok naar SC Cambuur. Dit leek misschien een stapje terug, maar ik was 32, fit en voelde me beter dan ooit. Het was voor mij dan ook niet moeilijk om steeds maar weer te moeten verhuizen en in een nieuwe omgeving terecht te komen. Ik pas me erg snel aan en ik vind dat het er ook bij hoort als je prof wilt zijn.’

In 2008 vertrok je bij Leicester en tekende je een contract bij SC Cambuur. Acht jaar hierna werden The Foxes kampioen van de Premier League. Zag jij dit enigszins aankomen?

‘Toen ik terugkwam van mijn tweede verhuurperiode was er inmiddels een nieuwe voorzitter bij Leicester gekomen. Hij startte een reorganisatie bij de club en er werd fors geïnvesteerd in jonge spelers. Ik behoorde op dat moment tot de oudere spelers en ik zag geen kans meer bij de club. Vandaar dat ik me dus liet uitlenen aan Leeds United. De reorganisatie van de The Foxes was zonder succes. De jonge spelers bleken niet goed genoeg en dat resulteerde in een degradatie naar de Football League One. Toen in 2010 de club in handen kwam van de inmiddels overleden Vichai Svrivaddhanaprabha ging het pas echt lopen bij de club. Hij pakte het plan van de club wel goed op en ik voorspelde toen een mooie toekomst voor Leicester, maar dat ze kampioen zouden worden had ik nooit verwacht. Ik vind het jammer dat ik zelf nooit in de Premier League heb gespeeld. In mijn tijd bij The Hearts heeft Southampton wel een bod op mij uitgebracht, maar de club liet me niet gaan.’

Engeland en Schotland hebben niet zo’n goede naam opgebouwd wat betreft racisme. Hoe gaan ze er daar mee om?

‘Ik heb ervaren dat het daar strenger wordt aangepakt dan hier in Nederland. Een voorbeeld hiervan was toen ik tijdens wedstrijd tegen Celtic FC, racistisch werd bejegend door een toeschouwer. De stewards daar letten veel beter op. De man werd uit het publiek gehaald en overgeleverd aan de politie. Uiteindelijk kreeg hij een stadionverbod. Vroeger moest je je dan tijdens een wedstrijd melden bij het politiebureau, maar tegenwoordig hangen er bij het stadion camera’s met gezichtsherkenning en kom je er gewoon niet in. In Nederland worden er minder stadionverboden gegeven en wordt er ook niet door de KNVB geïnvesteerd in dit soort camera’s.’

Wat zijn je mooiste herinneringen uit je voetballoopbaan?

‘Mijn tijd in Engeland en Schotland was ontzettend speciaal. De mooie stadions waar ik in speelde en de sfeer daar was fantastisch. Ik verveelde me ook nooit. De voetbalcultuur in Engeland en Schotland is vrijwel hetzelfde. In de ochtend was er een groepstraining en in de middag ging ik de gym in. Er werd veel aandacht besteed aan de fysieke gesteldheid en dat ligt mij wel. Na de wedstrijden gingen we met de ploeg de stad in. In die tijd was dat heel normaal, maar tegenwoordig zijn voetballers meer met ondernemen bezig of spelen ze op de Playstation. Als ik één moment uit mijn carrière moet kiezen is het toch wel het thuisdebuut voor The Hearts. Dit was de wedstrijd tegen de rivaal Hiberian FC. Die rivaliteit is daar echt andere koek, en als ik het vergelijk met SC Cambuur – SC Heerenveen die ik ook heb gespeeld, stelt dat niks voor. In een fantastische ambiance schoot ik er vier binnen en was ik de held van Edinburgh.’