Door Roberto Pennino

Willem Suurbier, deze week helaas aan ons ontvallen, leidt anno 2019 een bestaan ver van de spotlights.

De ExProf, soms gekscherend ‘de Nederlandse George Best’ genoemd, is waarschijnlijk een van de hardste verdedigers die het Nederlandse voetbal heeft gekend. Hij begon ooit als veel scorende spits bij amateurclub Amstel en won meer prijzen dan oud-ploeggenoot Johan Cruijff. Terwijl tegenwoordig aan een groot deel van zijn generatiegenoten boeken zijn gewijd, hangt rond Suurbier al vele jaren mediastilte. Want de ex-Ajacied, een van de meest succesvolle Nederlandse voetballers aller tijden, houdt de boot al jaren af. Naar verluidt omdat hij geen zin heeft om de vuile was buiten te hangen. Het siert hem, want hij zou er – gezien de smeuïge anekdotes die er over hem de ronde doen – ongetwijfeld een aardige duit mee kunnen verdienen. En om nou te zeggen dat hij zijn schaapjes op het droge heeft…

Als voetballer gaat Suurbier, die in Eindhoven wordt geboren maar al op jonge leeftijd richting Amsterdam vertrekt, een heel voetballeven mee bij Ajax. Het kan raar lopen: eerst wordt hij afgewezen door DWS om vervolgens toch de wereldtop te halen. Suurbier maakt in zijn jeugdjaren genoeg spelers mee die in potentie veel beter zijn dan hij, maar die blijven steken bij de amateurs. Na zijn debuut voor de Amsterdammers in januari 1964 maakt hij snel naam als hardwerkende, hondstrouwe soldaat. En van dat soort jongens is de beginnende trainer Rinus Michels wel gecharmeerd. In 1966 mag Suurbier voor het eerst een Oranje tricot aantrekken. Deze jongen, zo is dan reeds alom bekend, kun je om een boodschap sturen. Hij kan in het veld bikkelhard zijn en geeft zijn tegenstanders geen millimeter ruimte. Waar hij ook wordt ingezet, hij gaat altijd tot het gaatje. Hij voert zijn opdrachten zonder poespas uit. Wanneer Michels hem erop attendeert dat hij te vaak over de flanken naar voren dendert, knoopt hij dat in zijn oren. Al vanaf zijn jeugd beschikt de goedlachse Ajacied over een enorm loopvermogen. En snel is hij ook. Michels laat hem inzien dat het hem nóg beter af zal gaan als hij meer gedoseerd met zijn kwaliteiten omgaat. Suurbier blijft daarna zijn rushes langs de zijlijn naar voren maken, maar kiest beter zijn momenten. Zijn directe tegenstanders weten meestal al vroeg in de wedstrijd hoe laat het is. Wie tegen Suurbier speelt, krijgt meteen een schop, duw of trap. Want ‘Je moet ze wel meteen laten weten dat je er bent’.

En dan te bedenken dat hij per toeval in de voetballerij is gerold. Op straat staat de lefgozer onder alle omstandigheden zijn mannetje, maar in huize Suurbier is het financieel geen vetpot en is er niet zomaar geld beschikbaar om kleine Willem lid te maken van een club. Buurtvriendje Piet Keizer trekt Willem over de streep met een list en stelt hem voor zijn shirt met hem te delen. Scheelt in de kosten toch een slok op een borrel.

Buiten het voetbal om is Wim een sociale jongen die feestjes en horecagelegenheden niet schuwt. Het heeft geen enkel effect op zijn spel. Suurbier is gezegend met de perfecte profmentaliteit, aan verzaken heeft hij een broertje dood. In huiselijke kring is hij ook serieus. In tegenstelling tot veel van zijn collega’s leest Willem graag. Niet alleen detectives spreken hem aan maar ook hoogstaande literaire werken als ‘Oorlog en vrede’ van Tolstoj maken grote indruk op de langharige verdediger. Nadeel is dat een belangrijke vaardigheid om zijn belangen te waarborgen Suurbier niet is gegeven: diplomatieke antwoorden geven. Stel Suurbier een vraag naar het spel van zijn team of de kansen op een kampioenschap en hij geeft zonder omhaal antwoord. Recht voor zijn raap kan hij journalisten vertellen dat Ajax heel slecht heeft gespeeld of dat de kampioenskansen totaal verkeken zijn. Want ‘dat is toch eerlijk?’

Wim Suurbier met trainer Ivic in zijn tijd bij Ajax.

Sportief gaat het de Amsterdammer met Brabantse roots lange tijd voor de wind. Hoe kan het ook anders? Dertien jaar lang maakt hij deel uit van de vaste kern van Ajax, één van de beste teams die de wereld ooit heeft gezien. In het rood-wit speelt hij viermaal de finale van de Europa Cup 1, waarvan er maar liefst drie worden gewonnen. Ook de Europese Supercup en de wereldbeker mag hij op zijn palmares bijschrijven. Samen met ras-Amsterdammers Ruud Krol en Barry Hulshoff bestiert hij jarenlang de verdediging van de club waarop aan het begin van de jaren zeventig geen maat staat. In het kielzog van Cruijff treedt hij in juni 1972 zelfs met wereldsterren als Carlos Alberto en Günter Netzer aan voor een wereldelftal, dat het in Belgrado opneemt tegen Rode Ster. Hij ziet er stoer uit en ligt goed bij de meeste medespelers. Of je moet de pispaal zijn, zoals Ruud Geels ondervindt tijdens het WK van 1974. Ben je de onderliggende partij, dan kan de bijtende humor van Suurbier je tot waanzin drijven.

Pas op 32-jarige leeftijd verlaat hij, in 1977, als een van de laatsten de roemruchte Amsterdamse club die na het vertrek van Cruijff onmiskenbaar in verval is geraakt. Na zijn vertrek gaat het meteen bergafwaarts met Suurbier. Zijn snelheid wordt minder en na mislukte avonturen bij Schalke ‘04 en Metz belandt hij in de Verenigde Staten, waar hij als een van de vele grote Europese namen wordt gehaald om het voetbal populair te maken, in een land waar nota bene de grootste balsporten niet met de voeten maar met de handen worden gespeeld. Suurbier voelt zich in de herfst van zijn carrière prima op zijn plek in Amerika en zal er, ook na zijn voetbalpensioen, lange tijd blijven wonen. Als speler houdt het echter niet meer over. Als je de verhalen mag geloven, komt hij in een vicieuze cirkel van drank, vrouwen en geldgebrek terecht. Hij zou zelfs voor een minimumloon als barkeeper hebben gewerkt in de pub ‘Bestie’s’ van George Best. Wat er allemaal van waar is, kan niemand met zekerheid zeggen want vooralsnog doet Suurbier er het zwijgen toe.

In 2002 waagt hij een poging om in het Nederlandse voetbal weer een voet aan de grond te krijgen. Op voorspraak van voorzitter Riemer van der Velde maakt hij als manusje-van-alles lange dagen bij Heerenveen waar zijn voetbalkennis weliswaar niet onopgemerkt blijft, maar zijn manier van communiceren en gevoel voor humor allesbehalve op prijs worden gesteld. Suurbier is vooral bij het beloften team van trainer Jan de Jonge te vinden en fungeert zo nu en dan ook als klankbord voor trainer Foppe de Haan, maar het gebrek aan communicatieve fijn besnaardheid breekt Suurbier op en zijn contract wordt na een jaar in Friesland niet verlengd.

Suurbier overleed op 12 juli op 75-jarige leeftijd aan de gevolgen van een zware hersenbloeding.