Michael Wilkes, de zoon van…

Door René van Dam

Als we ons melden voor het interview is onze hoofdpersoon, Michael Wilkes, druk in gesprek met een stel oudere heren. Het gaat natuurlijk over Michaels vader, de legendarische Faas Wilkes. Voor Michael een haast dagelijks terugkerend ritueel, maar de Rotterdammer neemt alle tijd en vertelt met een passie alsof het de eerste keer is.

“Altijd leuk om het over mijn vader te hebben,” lacht Wilkes als hij aanschuift, terwijl de oudere heren nog namijmeren aan het tafeltje naast ons. “En dat terwijl ik de voetbalcarrière van mijn vader niet eens bewust heb meegemaakt. Ik ben echt een nakomertje. Mijn oudste broer is verwekt in Italië, maar tijdens de zomerstop geboren in Amsterdam. Mijn oudste zus is in Milaan geboren, mijn andere zus in Valencia. Maar ik ben geboren in Rotterdam, toen de carrière van mijn vader er al op zat.”

Toch zul je vaak met je vader over zijn carrière hebben gesproken.

“Laat ik vooropstellen dat mijn vader natuurlijk een geweldige voetballer was, maar bovenal een fantastische vader. En natuurlijk hadden we het vaak over voetbal, want als ik als jongetje met mijn vader over straat liep, dan werd hij altijd aangesproken. Als ik dan vroeg ‘Pap, wie is dat?’, dan gaf hij steevast hetzelfde antwoord: ‘De mensen kennen mij, ik ken de mensen niet.’ Maar hij nam altijd ruim de tijd voor ze. Soms kwamen mensen met de gekste vragen. Wildvreemden die op hem afstapten, en vroegen ‘Zeg Faas, mijn vrouw is binnenkort jarig, en ik denk eraan een horloge voor haar te kopen. Wat zal ik doen?’.     Wilkes kan er nog om lachen. Dan, ernstig: “Maar het is heel simpel, die mensen betaalden je salaris. En die wilden ook graag wat aandacht. Mijn vader vond dat hij die mensen niet kon teleurstellen.”

Verhaal gaat door onder de foto.

Faas Wilkes (links) in actie voor Valencia. Hij overleed in 2006.

Toch heeft je vader vooral in het buitenland gespeeld, bij Internazionale en Valencia.

“Klopt. In Nederland speelde hij bij Xerxes, en zou hij op een gegeven moment naar MVV gaan. In die tijd mocht je in Nederland niet betaald worden, dus MVV zei: ‘je krijgt van ons een verhuiswagen’. De KNVB kreeg daar lucht van, en hij heeft de wagen moeten teruggeven. Voor MVV heeft hij nooit gespeeld.”

Wilkes vervolgt, ietwat verongelijkt: “ Een jaar later vertrok hij naar Inter. Ook dat werd hem niet in dank afgenomen. De heer Karel Lotsy (voorzitter van de keuzecommissie van de KNVB, red.) zei tegen mijn vader:. ‘je bent een landverrader, want je vraagt geld om te voetballen’. Toen werd hij ook uitgesloten voor het Nederlands elftal. Hij was toen 25, eigenlijk in zijn beste jaren. Zonder die boycot van de KNVB was hij nu nóg topscorer van Oranje geweest. Al gun ik het Robin van Persie van harte, hoor.”

Heeft je vader het daar moeilijk mee gehad, die uitsluiting voor Oranje?

“Moeilijk is niet het juiste woord, want hij heeft nooit spijt gehad van zijn keuze om in het buitenland te gaan spelen. Het heeft hem een mooie carrière opgeleverd. Maar het heeft hem wel eens dwars gezeten. Bij zijn uitvaart heeft Jeu Sprengers, voorzitter van de KNVB, postuum excuses aangeboden. Dat konden we toch wel waarderen.”

Inmiddels sta je zelf bekend als een van de beste footgolfers van Nederland. Hoe was dat op het veld?

“Ach, ik kon best wel een beetje voetballen, maar ja, ik ben van de verwende patatgeneratie hè, zeggen ze. Ik had als jongere heel veel keuzes, die had mijn vader niet. Hij kon na de oorlog óf op de verhuiswagen gaan staan, óf gaan voetballen voor zijn geld. Dan is de keuze snel gemaakt. Ik heb in Zwitserland op school gezeten, en speelde in de jeugd van een eerste divisieclub. Soms mocht ik dan wel eens mee met het eerste. Maar het ontbrak me aan snelheid, aan explosiviteit. En voor mij stond het plezier voorop. Mijn vader heeft me ook nooit gepusht.”

Het is tijd om het gesprek af te ronden, als organisator van het footgolf toernooi in Rhoon heeft Wilkes jr. een drukke dag voor de boeg. Helaas zijn de omstandigheden nogal wisselend. Hij haalt zijn schouders op. “Ach, dat kan gebeuren. De ene keer haal je er je voordeel uit, en soms heb je pech. Dat had ik vorig jaar bij een toernooi in Italië. Midden in de zomer, prachtige omgeving, heerlijk zonnetje, lekker eten, wat wil je nog meer. Ik stond net een kwartier op de baan, brak er een onweersbui los, niet normaal. Iedereen naar binnen, die bui bleef anderhalf uur hangen. Uiteindelijk mocht ik weer, op een drijfnatte baan, overal plassen. Dan kun je de anderen nooit meer achterhalen, in één keer je weekend verpest. Het liefst heb je natuurlijk dat iedereen dezelfde omstandigheden heeft. Maar we kunnen de boel moeilijk overdekken, he?,” besluit hij lachend, op weg naar de volgende klus.