Eindelijk had hij even een vrij weekend, Carlo de Leeuw, materiaalman van Feyenoord. Na alle competitie- en Europese verplichtingen was hij daar wel eens aan toe. “Heerlijk, even een paar dagen uitrusten. Echt zalig.”

Carlo de Leeuw, al zeventien jaar materiaalman bij Feyenoord.

Zeventien jaar is De Leeuw inmiddels materiaalman bij Feyenoord. Direct na zijn carrière dook hij in het wereld van de zonweringen. Maar al gauw concludeerde de Brabander dat hij dit niet zijn hele leven wilde doen. “Ook had ik geen zin om trainer te worden. Dat heeft mij nooit getrokken. Waarom niet? Geen idee. Misschien omdat ik als speler ook alles op intuïtie deed.” Nadat hij bij Feyenoord liet vallen, dat hij zo ongeveer voor elk baantje openstond, kwam zijn club met het voorstel materiaalman te worden. Ze zochten er een voor fulltime, die bij wijze van spreken dag en nacht met de hoofdmacht bezig zou zijn.

“Met de jongens in de kleedkamer en rondom wedstrijden omgaan, blijft het leukste wat er is,” trapt De Leeuw af. “De humor. Als iemand in de maling genomen kan worden, gebeurt dat nog steeds. Dat is allemaal hetzelfde gebleven. Voor wat betreft de kleding is het allemaal totaal veranderd. Spelers hebben nu veel meer kleding tot hun beschikking. Voor een wedstrijd zijn dat alleen al vier shirts, twee broekjes en twee paar kousen. Maar daarnaast hebben we natuurlijk nog slidingbroeken, trainingspakken, ondershirts, zelfs onderbroeken. Voetbalschoenen zijn eigenlijk het enige wat ze zelf mee moeten nemen. Nee, het verzorgen daarvan doe ik, maar voor een wedstrijd moeten ze zelf twee of drie paar meenemen. Als ik voor ruim twintig man dat ook nog moet doen, ga je helemaal kapot.”

De kleding is anno 2017, aldus De Leeuw, totaal veranderd. “Vroeger had je shirts die anderhalve meter achter je aanwaaiden, nu zitten ze strak om je lijf. Vroeger had je leren voetbalschoenen met zes noppen, tegenwoordig zijn ze van kunststof en zitten ze vol met noppen. Ik denk dat 60 procent met marketing te maken heeft. Als een jongetje Messi op de tv met blauwe schoenen ziet, wil hij dezelfde. Zo brengen de firma’s om de drie maanden wel weer een nieuw type uit. Of het er allemaal beter op geworden is; daar twijfel ik nog wel eens aan.”

De Leeuw (links) bij het Nederlands elftal, samen met collega Rob Kocken.

De Leeuw vervolgt: “Dirk Kuijt probeerde altijd een beetje op normale schoenen te spelen, dus overwegend zwart, maar nooit roze of gele. Hij is van de oude stempel, net zoals ik. Als ze bij mij aankomen met weer van die aparte kleurtjes om te vragen wat ik er van vind, dan zeg ik: ‘Afschuwelijk.’ Bovendien zitten de ouderwetse, leren voetbalschoenen na twee, drie keer inspelen veel beter om je voeten. Die kunststoffen van tegenwoordig keren na een wedstrijdje weer terug naar de oude vorm,” waarna een gratis tip komt. De Leeuw: “Zet ze in een hete bak met water en ga daarna gelijk met ze voetballen. Nee, niet tijdens een wedstrijd, maar even op de training. Je kan ze eventueel na het nat maken eerst nog even met de föhn drogen. Maar het helpt.”

Tekst wordt onder de foto vervolgd

Carlo de Leeuw was al vroeg speler bij Feyenoord. Hij was aanvoerder en staat (dus) tweede van rechtsboven.

Terugkijkend op zijn eigen sportieve loopbaan zegt De Leeuw dat hij er meer uit had kunnen halen. “Ik was een natuurtalent, maar had niet altijd het juiste karakter. Dan dacht ik: ‘Ach, dat komt de volgende wedstrijd wel weer.’ Ik heb er niet alles uitgehaald, al ben ik best tevreden, hoor. En ja, Cruijff zei ooit dat ik de nieuwe linksbuiten van Oranje zou worden. Dat is het hem niet geworden. Toch zit ik al 32 jaar van mijn leven bij Feyenoord, waarvan zeventien jaar dus als materiaalman. Mij hoor je niet klagen. Zeker niet zoals nu, als ik even een weekendje vrijaf heb gehad.”