Column Maarten Bax

Maarten Bax

Sport beoefenen is fantastisch. Sport kijken misschien wel evenzo. En toch, al jaren verbaas ik me over het gebrek aan amusement tijdens en rondom sportwedstrijden, zowel lokaal, nationaal als internationaal.

Want ik kom niet alleen maar voor goed potje voetbal naar het stadion. Ik geniet niet alleen van een perfecte pass of prachtige ‘save’ van de keeper. Ik wil meer. Ik wil show, amusement. En dat ontbreekt er ten enenmale aan. Althans, bijna altijd…

Een basketbalwedstrijd ergens rond de jaren 80 staat me wat dat betreft nog het best bij. Het was die avond weer eens stil in de Haarlemse Beijneshal. Een paar honderd toeschouwers en twee ploegen die hun best deden om de bal door het netje te gooien. Niets bijzonders eigenlijk. Totdat ene Tony Parker, Amerikaan en sterspeler bij de thuisploeg, er genoeg van had. Ook hem irriteerde de ijzige stilte in de hal blijkbaar. Staande voor de tribune hief de donkere basketballer zijn armen en vroeg daarmee min of meer wat de aanwezigen er nou eigenlijk deden. Aanmoedigen? Juichen? Of alleen maar getuige zijn van een potje eredivisiebasketbal ter invulling van hun vrije zaterdagavond…

Direct na zijn armengebaar sprintte Parker weg, vroeg om de bal, dribbelde richting de basket en knalde de bal dunkend keihard door de ring. Het publiek klapte in haar handen. Maar dat was Parker gelukkig nog niet genoeg. Wederom stond hij daar voor de tribune, ditmaal met zijn hand aan zijn oor. Was dat alles wat het publiek liet horen na zo een actie? Parker spoorde de aanwezigen aan tot meer applaus en liet nu in woord en gebaar weten dat hij nog lang niet tevreden was. Tien seconden later eiste hij opnieuw de bal op, sprintte hij opnieuw richting de ring en perste hij er een nog spetterende dunk uit. Het publiek begreep de boodschap, klapte haar handen stuk en Parker dankte zijn fans tevreden. Kijk, een avondje sport begon te leven!

Diego Maradona kon als geen ander het publiek bespelen…

Zelden heb ik zo een directe interactie tussen speler en publiek gezien. Natuurlijk kennen we voorbeelden als de grappen en grollen van tennissers als Nastase en McEnroe, de idioterie van Eric Cantona, Zlatan of ‘El Diego’, en natuurlijk de spraakwatervallen van Mohammed Ali, maar relatief gezien is show in de sport verwaarloosbaar. Deels logisch, want concentratie bij de sporter is zo ongeveer eis nummero 1 wil hij of zij presteren; maar anderzijds… Diep triest!

Wat dat betreft verafschuwde ik de beslissing die de wereld voetbalbond een aantal jaar geleden nam. Een doelpunt gescoord, hoe mooi ook? Hup, direct terug naar je eigen helft en opstellen voor de aftrap. Geen tijd verliezen. Schande! Laat spelers elkaar om de hals vliegen, het publiek zoenen, leg het spel desnoods regelmentair max een minuut of twee stil, puur voor de mogelijkheid tot show. Kijk, daar komt het publiek voor! Zo gaat men de volgende dag toch weer vrolijk naar zijn werk? Dat onthoudt men!

Dus, voetballers, prof of ExProf; denk een beetje meer alleen dan aan puur presteren. Duik na jouw mooie goal het publiek in. Zorg met een vette zoen dat die vrouwelijke fan daar de hele week mee pronkt. Geef na de zege je shirt, broekje en schoenen weg. Gele kaart? So what? Mooi om even stil te staan bij de aanvang van een nieuw seizoen met hopelijk – na een zware opstart – weer heel veel publiek.

*** Maarten Bax is hoofdredacteur van ExProfs. Hij was onder meer werkzaam voor De Telegraaf, RTL, RTV N-H en de Amerikaanse sportzender ESPN. Momenteel heeft hij zijn eigen mediabedrijf Eye4Sports en schrijf hij boeken. Zie www.Eye4Sports.nl